• Carine Bex

LOOPEENDEN EN NIEUWE KIPPEN


Verlanglijstje

Ze stonden al héél lang op mijn verlanglijstje. En vorige zomer was het zover. Op de dierenmarkt in Mol (België) stond een man met jonge loopeenden, mannetjes en vrouwtjes samen in één bak. Ik wilde alleen vrouwtjes. Baby eendjes zijn superschattig, maar het leek me gewoon niet handig. De jonge eenden in die bak leken allemaal op elkaar. Er zat er ééntje tussen die een maatje kleiner was en het arme beest werd steeds overhoop gelopen. Dat vonden de kinderen zielig dus die moest zowiezo mee naar huis. En er zat één donkere tussen. Die wilde ik ook graag hebben als het een dame was. Verschillende kleuren is handig om ze uit elkaar te houden. Met zijn grote handen nam hij het spartellende eendje uit de bak en hield het tegen zijn oor. Ik fronste mijn wenkbrauwen en vroeg: “Wat doe je nou?!”

“Ik luister even. Vrouwtjes kwaken harder dan mannetjes”, was zijn antwoord. Daarna ging hij nog even seksen om te controleren of zijn gehoor goed was. Na het hele ritueel gingen we met drie loopeenden in een kartonnen doos huiswaarts.


Leuke kleurtjes

We hadden ook drie kippen gekocht. Een grijze legkip, een araucana en een marans.



Want het leek me zo leuk om verschillende kleuren eitjes te rapen. Het iedere-dag-pasen gevoel.


Chef d’equipe

Thuisgekomen werden alle dozen voorzichtig geopend in de kippenren. We had nog één kippetje over van een vorig toompje, een zwarte brahma kriel. In eerst instantie wilde ik er geen nieuwe kippen bij zetten. Met die pikorde onder de kippen zou het alleen maar onrust veroorzaken voor die oude dame. Maar na een paar maanden vond ik het toch wel een beetje zielig voor haar dat ze zo alleen door de tuin dwaalde. Niet dat ze er ongelukkig uit zag, maar alleen is maar alleen.

Ik kan je verzekeren dat de rust in één klap over was met maar liefst zes nieuwe bewoners in het hok.



En wie de chef d’equipe was, was snel duidelijk. De oude dame had het voor het zeggen. Al was ze qua gestalte maar de helft van de nieuwe kippen. Zij was de baas en dat zou ze wel eens laten merken ook. We hadden extra zitstokken in het hok gemaakt, zodat lijflijk contact niet perse nodig was. Maar mevrouw dulde geen vreemden in haar paleis. “Ze slapen maar buiten!” En zo gebeurde het ook. Dag in dag uit.


Handje vol voer

Vanaf dag één ben ik ‘s morgens met een handvol voer in de ren gaan zitten. De kippen kwamen al snel uit mijn hand eten, maar de eenden bleven op afstand een beetje zenuwachtig op en neer lopen. Ze waren ontzettend schuw. En dat zijn ze eigenlijk nog steeds wel.


Op hun hoede


Na twee maanden wennen aan elkaar en aan de ren, ben ik voorzichtig begonnen met ze vrij te laten. Ik had aan het poortje een provisorische ren gemaakt, niet overdekt zoals hun vaste ren. Toen ik het poortje opende, bleven ze allemaal in het deurgat staan kijken. Ze keken vooral omhoog. De eenden stonden met schuine kopjes de lucht af te speuren op gevaar.


Genieten met volle teugen


Voetje voor voetje kwamen ze naar buiten. Ze moesten er echt aan wennen. Wanneer ze een ekster hoorden, schoten ze meteen weer hun vertrouwde, begroeide ren in. Dat was voor mij het teken dat ze ook wel zonder die draad zouden kunnen. Na een week heb ik de hele constructie weggehaald. De eerste keer kwamen ze weer heel voorzichtig naar buiten. Ze zagen meteen dat de situatie weer veranderd was. Maar lang heeft dat niet geduurd. Ze genieten ontzettend van hun vrijheid. Je hoort het ook heel goed aan de tevreden geluidjes die ze maken.


De eenden fladderen altijd even op en neer over het gras als ze uit de ren komen. Hooguit een halve meter hoog, want echt vliegen kunnen ze niet. Daarom zijn het ook lóópeenden. Voor de eenden had ik een bak met water neergezet. Een echte vijver hoeft niet, maar een badje vinden ze heerlijk!! Ook een douche van de tuinslang is een ware traktatie.


Help een woerd!


Tijdens één van mijn koffie pauzes, viel het me op dat die ene eend een krulletje in haar staart begon te krijgen. En na even googlen kwam ik er al snel achter dat dat tot de uiterlijke kenmerken van een woerd behoorde.


Niet veel later hoorde ik ook het verschil in decibellen tijdens het kwaken. Het oorverdovende gesnatter van de dames en een liefkozend, bescheiden geluidje van de woerd. Een wereld van verschil.


Lekker siergras


Weken en maanden gingen voorbij. Hele zakken legkorrel werden verorberd maar er verschenen geen eieren. Ondertussen had de oude dame de nieuwkomers toch toegelaten in haar optrekje. Er lag een nepei in het nest, dus ik ging er vanuit dat ze wel wisten waar dat ei gelegd zou moeten worden.


Op een zonnige dag zag ik mijn marans kip boven op een pol siergras zitten, met een blik in haar ogen van: nu gaat het gebeuren! En het gebeurde!! Een ei!! Maar helaaas geen chocoladekleur, maar een doodnormaal kippenei. En ieder volgend ei werd bovenop het siergras gelegd. Die pol had ondertussen al een gedaanteverwisseling ondergaan en zag eruit als een echt nest. Daar wilde ik verandering in brengen en vroeg overal om raad. Hoe leer ik mijn kip om haar ei in het leghok te leggen?

Een paar dagen in de ren laten lopen, was het beste advies. Maar na twee dagen kreeg ik zo’n medelijden met die arme kip. Ze bleef zenuwachtig op en neer lopen langs het hek. Ik opende het poortje en ze rende met dichtgeknepen billen naar de platte pol siergras. Zuchtend plofte ze neer. Ze sloeg haar ogen ten hemel en daar lag een prachtig ei! Nu weet ik ook waar de uitdrukking “als een kip die een ei moet leggen” vandaan komt. Ik streek over mijn hart en heb haar gewoon iedere dag haar ding laten doen. Op een gegeven moment is het vanzelf goed gekomen. Ze legt nu trouw haar ei in het leghok.


Blauwe eieren


Maar ik zat nog steeds op mijn blauwe eieren te wachten. Op een moment dat ik het totaal niet verwachtte, ergens half december, tilde ik het deksel van het leghok op en zag tot mijn verbazing dat er een groengrijzig eitje lag! De kleur moest nog een beetje bijgesteld worden, maar ze kon in ieder geval een ei produceren. En nu, twee maanden later, zie ik langzaam het ei blauwer worden.

De loopeenden zouden pas in het voorjaar eieren leggen. Dus ik moet nog even geduld hebben. En er zullen nu tóch kuikens komen... Maar wat zijn het leuke en grappige beesten! Ik had nooit gedacht dat ik er zoveel plezier aan zou beleven. Het is niet te vergelijken met kippen. Ze hollen heel de dag achter elkaar aan. En halen de gekste fratsen uit.


‘Slakken-verslinders’


Loopeenden zijn echte slakkeneters. Dat was voor mij ook een van de redenen dat ik ze aangeschaft heb. Ik ben geen fan van die glibberige griezels in mijn tuin en nu hoef ik ze zelf niet meer te vangen. Toen ongeveer alles uit de moestuin geoogst was, heb ik ze bijna dagelijks met zijn allen naar de moestuin gelokt. Ze brachten daar de dag door met speuren naar ongedierte. Ook de kippen hebben aardig meegeholpen.



Maar nu het voorjaar zich al vroeg aandient, moeten ze weer even in de ren blijven. Alle bollen die ik in het najaar geplant heb, komen al boven de grond. En moesten ze nu door de tuin struinen, dan zou er geen sprietje groen overeind blijven.

Wanneer ik de achterdeur open, beginnen ze al te jammeren dat ze eruit willen. Het zijn net kinderen. Maar het kan helaas niet iedere dag feest zijn.






428 keer bekeken1 reactie
  • White Facebook Icon
  • White Pinterest Icon
  • White Instagram Icon

© 2020 by Moestuinkriebels.

Created by Britt Teunissen van Manen